2) Comprehensief onderwijs


2.1 Wat is comprehensief onderwijs?

Comprehensief onderwijst verwijst naar meer 'omvattend' onderwijs. Vooreerst omvat comprehensief onderwijs meer leerlingen, want door vooraf geen selectie te maken worden in principe alle leerlingen toegelaten. Daarnaast is er ook sprake van een uitbreiding van doelstellingen (Standaert, 1985)Comprehensief onderwijs omvat een gemeenschappelijk curriculum. Dit curriculum bevat zowel algemeen vormende, muzische, technische als praktijkgerichte componenten. Dit gemeenschappelijk curriculum maakt het mogelijk om jongeren te vormen tot burgers die in staat zijn om te participeren aan democratische debatten en zich bewust zijn van maatschappelijke uitdagingen. De comprehensieve school is geen simpele veralgemening van het huidige algemeen vormend onderwijs (ASO), maar anderzijds ook geen beperking ervan. Het verwerven van een aantal elementiare vaardigheden op het vlak van lezen, schrijven en rekenen blijft cruciaal. De menselijke intelligentie moet in al haar facetten tot ontwikkeling komen: concreet en abstract, artistiek en wetenschappelijk, manueel en intellectueel (Hirtt, Nicaise, & De Zutter, 2007)
Hoewel de structuren van het comprehensief onderwijs kunnen verschillen naar gelang het land waarover men spreekt, zijn de grondslagen ervan gelijk. Zo is er onder meer sprake van een verlenging van de basisvorming, verbreding van doelstelling, grotere zorgbreedte, geleidelijke oriëntering, expliciteren van het 'verborgen' leerplan en sociale integratie. Gebaseerd op Standaert (1985) zullen in wat volgt deze waarden bondig besproken worden.

Verlenging van de basisvorming
Mede door toename van kennis en wetenschap wordt er flexibiliteitb gevraagd om te kunnen functioneren in snel wisselende situaties. Een verlenging van de basisvorming kan hierop inspelen door het aanbieden van een brede basis aan inhouden, vaardigheden en attitudes waarop specialisering later kan voortbouwen.
Een van de consequenties van een verlengde basisvorming is dat het onderscheid tussen algemeen vormend en technisch onderwijs zal verdwijgen, aangezien beide elkaar meer en meer zullen raken.

Verbreding van de doelstellingen
Onderwijs is (mede) verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid van haar leerlingen. Er moet bijgevolg niet alleen aandacht besteed worden aan het cognitieve en technische aspect, maar aan de totale ontwikkeling. Men pleit binnen het comprehensief onderwijs daarom voor een integratie van cognitieve ervaringen met affectieve en subjectieve belevingen.
Grotere zorgbreedteOnderwijs heeft te neiging zich te richten naar een beperkte groep leerlingen. Diegenen van wie men verwacht dat ze het meeste capaciteiten hebben ontvangen de meeste tijd, geld en energie. Comprehensief onderwijs daarentegen wil zinvol onderwijs bieden aan alle leerlingen. Geleidelijke oriënteringGedurende de puberteit is er sprake van grote veranderingen bij de leerlingen. Een leerling van 18 jaar is niet meer dezelfde persoon die hij/zij was op 12jarige leeftijd, ook op vlak van schoolprestaties, oriëntatie en zelfconcept. Het is bijgevolg niet wenselijk de leerlingen op 12jaar al een studierichting te laten kiezen. Comprehensief onderwijs vat studieoriëntering op als een evolutief proces waarbij er geleidelijk naar de meest passende studierichting wordt gezocht. Dit proces vindt plaats in interactie met de leerkracht, de ouders en P.M.S (nu CLB) waardoor systematische studiekeuzebegeleiding erg centraal staat. Deze studiebegeleiding dient rekening te houden met een aantal factoren die direct of indirect van invloed kunnen zijn op de prestaties van de leerlingen: intelligentie, voorkennis, leermotivatie, persoonlijke en relationele problemen, het zelfbeeld van de leerling en de sociale afkomst. Daarnaast zijn ook ontwikkelingspsychologische inzichten over de ontwikkeling van jongeren op cognitief, lichamelijkn sociaal, seksueel en moreel vlak van belang. Expliciteren 'verborgen' leerplanNaast het officële leerplan (beleidsdocumenten, leerplannen, handboeken en zo meer) bestaat er ook een verborgen leerplan. Dit verborgen leerplan verwijst naar waarden, gebruiken, opvattingen en denksystemen die impliciet een invloed hebben op de leerlingen. In het kader van comprehensief onderwijs wil men het verborgen leerplan identificeren en expliciteren zodat men het kan verbinden met het officiële leerplan. Het verborgen leerplan kan een positieve invloed hebben op leerlingen maar kan ook een negatieve uitwerking hebben. Een voorbeeld van deze negatieve invloed is bijvoorbeeld de vrees voor mislukking. Doordat onderwijs zo gericht is op prestaties en mislukkingen (fouten) negatief gesanctionseerd worden, ontstaat bij leerlingen 'ontwijkingsgedrag' ten aanzien van mislukkingen (fouten) en zullen ze alles doen om succes te halen. Standaert (1985) verwijst hiervoor naar leerlingen die braaf en meegaang gedrag stellen als reactie op de angst voor mislukking. Sociale integratie
Onder sociale integratie verstaat men het samenbrengen van verschillende types van leerlingen in een geïntegreerde schoolstuctuur, alsook de verbinding van de school met de sociale realiteit (Standaert, 1985). De school dient een afbeelding van de maatschappij te zijn, door politiek, vakbekwaamheid en wetenschappen te integreren.







2.2 De onderliggende visie van comprehensief onderwijs

Er zijn twee basisopvattingen die een centrale rol gespeeld hebben in het onderwijs. Een eerste is meritocratie. In de twintigste eeuw is men van mening dat zij die het best presteren op school, door langer te studeren, kunnen klimmen op de sociale ladder. Promotie is voor zijn die hun best willen doen en het verdienen. Het principe van individuele verdiensten staat centraal. Deze individuele verdiensten bestaan uit talent en inspanning. Zo aanvaardt deze visie het idee dat er meer wordt geïnvesteerd in personen met een grotere natuurlijke aanleg of personen die meer inspanning tonen. Maar het idee dat iedereen met gelijke kansen aan de start komt en dat al wie zijn best doet, ervoor beloond zal worden, is een leugen. De werkelijkheid leert ons dat er een massale selectie is in het onderwijs. Ook zij die hun best doen, halen niet noodzakelijk de eindmeet van de richting die men was ingeslagen (zittenblijven of heroriëntatie). Zittenblijven en heroriëntatie worden echter bepaald door sociale afkomst. Selectie verandert met andere woorden in sociale selectie.

Een tweede basisopvatting is het egalitarisme. Deze visie verwijst naar een fundament van de mensenrechten. Meer bepaald de gelijke waardigheid en vrijheid van mensen. In de context van het onderwijs betekent dit dat het recht van onderwijs niet afhankelijk mag zijn van de talenten van het individu, waar het meritocratisch principe wel van uit gaat. Het recht op onderwijs is een absoluut recht. Deze visie gaat ervan uit dat talenten onverdiend zijn. Mensen belonen omdat ze door de natuur begenadigd zijn of net geen toegang hebben tot bepaalde goederen en diensten heeft geen zin. Een tweede kenmerk van het egalitarisme is de nadruk op gelijke uitkomsten. Omdat startposities ongelijk zijn, zal een gelijke behandeling niet volstaan om gelijke uitkomsten te bekomen. Positieve discriminatie is noodzakelijk.
De meest egalitaire onderwijssystemen zijn diegene die een lang gemeenschappelijk curriculum aanbieden ( Hirtt, Nicaise, & De Zutter, 2007).

2.3 Doelen van comprehensief onderwijs


2.4 Waarom comprehensief onderwijs? (voordelen)